De nieuwe nachtmis – Ellen Laan op de preekstoel voor gedeeld genot met uw partners

 

Op kerstavond 2019 was Ellen Laan een van de sprekers tijdens de nieuwe nachtmis in Tivoli Vredenburg.  Hieronder kunnen jullie haar “preek” teruglezen.

Waar kunnen en willen wij, in een wereld van polarisering en secularisering, samen in geloven?’ Dat is de centrale vraag van vanavond. Als ik mag dromen dan zou ik zeggen: Dat wij waarlijk gelijk zijn en wij ons vermogen tot verbondenheid in autonomie kunnen ontwikkelen. Autonome verbondenheid is een voorwaarde voor goede seks. Voor gedeeld genot met een gelijke. Voor genot dat niet wordt toegeëigend of geofferd. Dit is niet vanzelfsprekend. Het is iets dat je moet leren.

Dat mijn eigen seksuele ontwikkeling zo positief is verlopen is, als ik er op terugkijk, meer een kwestie van geluk dan van wijsheid. Ik doorliep een stapsgewijze seksuele interactiecarrière, zoals Jany Rademakers dat in 1990 typeerde, waarbij ik in een periode van drie jaar
ging van handje vasthouden en zoenen, tot opwindend friemelen en strelen met kleren aan, tot ‘de eerste keer’ op m’n 17de, de eerste keer traditioneel gedefinieerd als penis-in vaginaseks. Zonder pijn en mét orgasme. Wist ik toen veel hoe uitzonderlijk dat eigenlijk is.

Ik herinner me nog dat ik, thuisgekomen, bezorgd in de spiegel keek, bang dat de gelukzalige gebeurtenis die ik had meegemaakt op mijn gezicht af te lezen zou zijn. Ik zag het zelf wel, maar mijn moeder merkte gelukkig niets. Want dit kon alleen mooi blijven als het verborgen
bleef. Ik was 14 toen ik voor het eerst verliefd werd, op André, een populaire jongen die 2 jaar ouder was. Terwijl ik nog helemaal opging in eindeloos zoenen als begin en eind van elke interactie, was André al een stap verder. Niemand hoefde me te vertellen wat er zou gebeuren als ik ‘nee’ zou blijven zeggen. Ik weet niet hoe ik het wist, maar ik wist het. In een zelfhulprubriek las ik precies mijn dilemma terug. Het antwoord was een uitstekend voorbeeld van de dubbele moraal: zou ik ‘nee’ zeggen dan zou hij het uitmaken, maar zou ik ‘ja’ zeggen ook, want geen jongen wilde immers een afgelikte boterham. Als goed katholiek meisje wist ik al wat een afgelikte boterham was. Het was dus eigenlijk dankzij deze dubbele moraal dat ik steeds precies heb gedaan wat ik zelf wilde, dat ik op het gebied van seks mijn eigen autonome keuzes heb gemaakt. Dus geen ‘eerste keer’ met André.

Over seks werd in mijn omgeving in het geheel niet gepraat, dus groepsdruk was er ook niet. Geen filmscripts die tonen hoe heteroseksuele seks er aan toe hoort te gaan. Geen leeftijdsgenoten die ‘het’ al allemaal hadden gedaan. Zo had ik mijn eigen niche waarin ik helemaal solo kon uitvinden wat lekker voelde. En verder was ik gewoon een braaf en verlegen meisje. Dat mijn eigen ervaringen niet vanzelfsprekend waren ontdekte ik pas toen ik jaren later onderzoek ging doen naar seksualiteit van vrouwen. Over de jaren, als onderzoeker en als clinicus, ontdekte ik dat voor veel te veel heteroseksuele vrouwen seksueel plezier niet vanzelfsprekend is, zelfs niet met de partner van wie ze houden.

Er zijn tenminste 2 forse verschillen tussen mannen en vrouwen die niet van biologie, god of evolutie zijn gegeven, maar die eenvoudigweg het gevolg zijn van onvoldoende seksuele opwinding bij vrouwen. Nog teveel vrouwen hebben altijd of bijna altijd last van pijn bij de penetratie, en nog steeds komen vrouwen aanzienlijk minder vaak klaar dan de mannen met wie ze vrijen, een fenomeen dat bekend staat als de orgasmekloof. Nee, ik vind niet dat orgasmes de enige lakmoesproef zijn van goede seks, maar heb je ze nooit, dan mist het beloningscentrum in je brein de stofjes die je leren dat seks iets is om naar te verlangen. Toeschouwer zijn van een seksuele interactie waarbij je partner klaarkomt en jij niet maakt op den duur eenzaam. Orgasmes die niet worden afgedwongen met snelle seks en een pompende bekkenbodem, die zich eenvoudigweg aandienen door ruimte in te nemen, door aandacht te besteden aan je seksuele gevoelens, niet weg te lopen voor je angst voor afwijzing, en de moed te hebben om werkelijk in contact met de ander te zijn, dat zijn orgasmes die verbinden, verwarmen, hechten en helen. Maar om dat te kunnen ervaren moet je je veilig voelen.

De prachtige film van Lize Korpershoek ‘Mijn seks is stuk’ laat indringend zien hoe je seksuele ontwikkeling verstoord kan raken als je niet hebt ervaren dat jouw gevoelens er toe doen. Achterstallig emotioneel onderhoud is altijd zichtbaar in de manier waarop je seks hebt. Lize had niet geleerd dat haar gevoelens er toe doen. Lize wist niet hoe ze het er over kon laten gaan wat zíj wilde. Combineer dat met allerlei foute opvattingen over wat seks is en een veel te groot ontzag voor de vermeende natuurlijke mannelijke seksuele behoeftes – dat het gaat om penetratie en dat hij moet klaarkomen, dan kan het werkelijk lijken alsof je seks stuk is. Gelukkig ontdekt ze dat haar seks niet stuk is, maar dat ze háár seksuele opwinding, haar eigen individuele voorwaarden voor lust, nog helemaal moest ontwikkelen. Dat vergt vooral dat ze ruimte mag innemen en niet bezorgd hoeft te zijn over wat haar partner van haar wil. Dat hij beseft dat dit even niet over hem of over zijn aantrekkelijkheid gaat, dat hij, zolang als het nodig is, zonder te sturen, haar de ruimte geeft die zij moet leren innemen. Dat hij zich realiseert dat zij nog moet ontwikkelen wat hij al heeft geleerd. Dat er op zich niks mis is met het concept ‘geven’, maar dat er alleen iets te geven valt als je eigenaar bent geworden van dat wat je wilt geven. Met andere woorden: seks moet je leren. Het idee dat seksuele gevoelens het gevolg zijn van een biologische behoefte aan seks, of libido, is onjuist. Mensen van elk geslacht worden geboren met gevoelige genitalia en een gevoelig brein dat al operationeel is vanaf het eerste moment van je bestaan, en dat wordt versterkt in de puberteit als de beschikbaarheid van testosteron toeneemt. Dat gebeurt bij jongens én meiden. Mits je voldoende bent aangeraakt en gekoesterd, mits je de ervaring kent van totale lichamelijke en mentale ontspanning die optreedt als je wordt vastgehouden zonder dat je daar iets voor hoeft terug te geven. Iedereen heeft het vermogen om seksuele gevoelens te ervaren, als je maar de gelegenheid krijgt om dat vermogen te ontwikkelen.

Die ontwikkeltaak is om 2 redenen minder makkelijk voor meiden dan voor jongens. Het eerste verschil is gerelateerd aan het gegeven dat de genitalia van jongens zo makkelijk zichtbaar en voelbaar zijn, en die van meiden niet. Tegen de tijd dat jongetjes staand kunnen
plassen zijn ze volop in de gelegenheid om te ontdekken dat dat piemeltje soms slap is, en soms stijf, en dat-ie anders voelt als-ie slap is, en stijf. Tegen de tijd dat jongens met anderen willen vrijen weten ze doorgaans al heel goed wat lekker is. Ook bij meisjes zwelt het genitaal geregeld, waarschijnlijk net zo vaak, ook ’s nacht, ook ’s ochtends bij het wakker worden, maar zij hebben veel minder de kans dat uit zichzelf te ontdekken, en in de seksuele voorlichting wordt ze dat niet verteld. Het eerste biologieboek waarin de clitoris juist is gerepresenteerd komt pas volgend jaar uit. Het tweede verschil is dat we de seksuele ontwikkeling van jongens zien als natuurlijk, de norm, vanzelfsprekend, onze evolutie en ons voortbestaan dienend, dat wat geen verklaring behoeft, eenvoudigweg ‘is’. Het belangrijkste kenmerk van de seksuele ontwikkeling van meiden is dat deze niet zichtbaar is, niet gekend is, waardoor het kan lijken alsof die niet nodig is, onnatuurlijk is, schaamtevol is. Strikt genomen is genot van vrouwen niet nodig voor het voortbestaan van de soort, maar wij zijn sociale dieren met een neocortex voor wie seksualiteit een krachtig middel tot verbinding is. Dat ontzeggen aan één sekse is het tevens ontzeggen aan de andere, en aan iedereen daar tussenin. Genot is een ervaring die alleen autonoom ontvangen en autonoom gegeven kan worden. Goede seks is geen handeling die je je kunt toe-eigenen, maar een werkelijk gedeelde ervaring.

Helaas gaat het daar nogal eens mis. In veel gezinnen kunnen kinderen zich niet veilig ontwikkelen. Veel seks wordt zich daar toegeëigend, bijna altijd door mensen die zelf ook beschadigd zijn. Hierdoor kan seks wél stuk, een realisering die ik regelmatig hartverscheurend opdoe in mijn eigen spreekkamer. Zoals de seks van Jude stuk is in de meest aangrijpende theatervoorstelling die ik ooit zag, Een klein leven van toneelgroep Amsterdam. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag toont Manon Uphoff, auteur van Vallen is als vliegen, haar moed als ze zegt: “fok it met de schaamte en fok it dat ik voor altijd de zwijgende, stille drager van het geheim moet zijn, de schatbewaarder van het taboe waar de samenleving zich geen raad mee weet. We gaan het er godverdomme over hebben”. Ze heeft gelijk. We moeten er over spreken en eindelijk eens serieus werk maken van preventie van seksueel geweld door te kijken naar kenmerken van daderschap. Wat niet helpt, is onze kinderen leren ‘nee’ te zeggen in seksuele voorlichtingslessen. Dat helpt al 50 jaar niet, en zendt de schadelijke boodschap dat het slachtoffer de schuldige is. En welk nee heb je tot je beschikking als je bent verweven in een web van afhankelijkheid van en liefde voor je
misbruiker? Het enige dat deze voorlichting doet is de niet-slachtoffers zich veilig doen wanen. Ten koste van al die kinderen en volwassenen. Wat moeten we doen? Hoe voorkomen we geweld, en hoe stellen we ons teweer tegen de schaamte en onderdrukking waaraan vrouwelijke seksuele expressie nog steeds onderhevig is? Dat kan alleen als we ambitieus zijn, het lef hebben om lief te hebben, en alle ouderwetse ideeën over seksualiteit laten varen. Als we onze kinderen emotionele veiligheid bieden zodat ze leren dat ze er toe doen. Als we kinderen die misbruikt zijn niet alleen maar weghalen uit hun gezin en wegstoppen in instellingen waar hun eenzaamheid niet wordt opgeheven maar juist verder wordt versterkt. Als we ons realiseren wat wetenschap heeft aangetoond, dat mannen en vrouwen als het
gaat om seks níet wezenlijk verschillen. Ja, er zijn wat reproductieve verschillen, maar reproductie is echt niet hetzelfde als seks.
Als we seks gaan definiëren als een gedeelde ervaring in plaats van als een handeling. Dat komt iedereen ten goede. Dus als u mij vraagt ‘Waar kunnen en willen wij, in een wereld van polarisering en secularisering, samen in geloven?’ dan zeg ik, dat wij in al onze diversiteit waarlijk gelijk zijn en dat we ons vermogen tot verbondenheid in autonomie kunnen ontwikkelen, zodat geweld, dat ontstaat uit verschil-denken, zal afnemen.

Voor 2020 wens ik u met genegenheid gedeeld genot met uw gelijke(n).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *